Een veelgehoord misverstand is dat een energieopslagsysteem plaatsen volstaat met een stroomkabel en een omvormer. Veel ondernemers denken dat, zolang een batterij maar LiFePO4-chemie heeft, brandgevaar is uitgesloten en de installatie overal mag staan. Dit is echter onjuist; juist bij bedrijfsmatige batterijopslag is een gedegen aanpak van cruciaal belang. Vooral op het gebied van brandveiligheid, waar de PGS 37-2 richtlijn duidelijke eisen stelt aan de opstelling en het ontwerp van stationaire energieopslagsystemen. Het negeren hiervan kan leiden tot grote problemen met vergunningen, verzekeringen en bovenal de veiligheid op uw bedrijfslocatie.
In het kort
- De PGS 37-2 richtlijn definieert brandveiligheidseisen voor bedrijfsmatige energieopslag, inclusief risicoanalyses en noodplannen.
- Naleving van PGS 37-2, afhankelijk van batterijcapaciteit en locatie, is essentieel voor vergunningverlening, verzekerbaarheid en optimale veiligheid.
- De aanvraagprocedure voor een PGS 37-2 conforme batterijopslag vraagt om een zorgvuldige, stapsgewijze aanpak met aandacht voor doorlooptijden en vereiste documenten.
Wat is de PGS 37-2 richtlijn en voor wie geldt deze in 2026?
De PGS 37-2 richtlijn, voluit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen deel 37-2, beschrijft de brandveiligheidseisen voor stationaire energieopslagsystemen (EOS) met lithium-ionbatterijen. Dit document dient als leidraad voor het veilig opslaan en toepassen van deze batterijsystemen in een bedrijfsmatige omgeving. De kern van de richtlijn is het beheersen van risico's, met name gericht op het voorkomen en beperken van brand- en explosiegevaar. Het is geen wettelijke verplichting op zichzelf, maar het bevoegd gezag, zoals de Omgevingsdienst of de gemeente, kan eisen dat u deze richtlijn volgt bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Verzekeraars baseren hun acceptatievoorwaarden voor bedrijfsmatige batterijopslag steeds vaker op de PGS 37-2.
De richtlijn is relevant voor iedere ondernemer die van plan is een energieopslagsysteem te plaatsen met een capaciteit van 20 kWh of meer op bedrijfsmatig terrein. Dit geldt dus voor akkerbouwbedrijven in Raalte, food-industrie in Deventer en transportbedrijven op de bedrijventerreinen langs de IJssel, bijvoorbeeld in Olst-Wijhe. Thuisbatterijen voor particulieren vallen onder andere regelgeving en niet onder de directe werkingssfeer van de PGS 37-2.
1. Wat zijn de basisvereisten voor PGS 37-2 naleving?
De naleving van de PGS 37-2 begint met een grondige risicoanalyse. Deze analyse identificeert potentiële gevaren en stelt vast welke maatregelen nodig zijn om risico's te beheersen. Dit omvat aspecten zoals de keuze van de batterijtechnologie (hoewel de richtlijn algemeen is, wordt er in de praktijk veel gekeken naar de intrinsieke veiligheid van LiFePO4-chemie in vergelijking met andere lithium-ionvarianten), de opslagcapaciteit, de locatie en de nabijheid van brandbare materialen of gebouwen. Essentiële onderdelen van de PGS 37-2 zijn:
- Brandcompartimentering: Het creëren van ruimtes die de verspreiding van brand voor een bepaalde tijd tegengaan, met een brandwerendheid van bijvoorbeeld 60 tot 120 minuten conform NEN-EN 13501-2.
- Branddetectie en blussing: Installatie van geavanceerde detectiesystemen (gasdetectie voor H2, CO, CO2, rookdetectie) en automatische blusinstallaties (bijvoorbeeld sprinkler of watermist) of voorbereidingen voor brandweerinterventie, zoals blusaansluitingen.
- Ventilatie: Adequate ventilatie om gevaarlijke gassen die bij een incident kunnen vrijkomen af te voeren. Dit kan leiden tot een vereiste ventilatiecapaciteit die het volume van de opslagruimte tot wel 6 tot 10 keer per uur ververst.
- Vluchtroutes en noodplannen: Duidelijk gemarkeerde vluchtroutes en een gedetailleerd noodplan voor evacuatie en incidentbestrijding.
- Afstanden: Minimale afstanden tot gebouwen, erfgrenzen en brandbare objecten. Het Verbond van Verzekeraars adviseert vaak een afstand van 10 meter of een gelijkwaardige brandwerendheid van 60 minuten WBDBO (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) tot deze objecten.
2. Hoe start u het traject voor een PGS 37-2 conforme batterijopslag?
Het opzetten van een bedrijfsmatig energieopslagsysteem volgens de PGS 37-2 is een complex proces dat tijd en expertise vraagt. Het begint met een duidelijke inventarisatie van uw energiebehoefte en -profiel, gevolgd door een haalbaarheidsanalyse. UltiPower helpt u hierbij door nauwkeurig te kijken naar uw kwartierdata, uw ambities en de specifieke eisen van uw bedrijfslocatie. Ons doel is om samen met u een systeem te dimensioneren dat zowel economisch rendabel als brandveilig is.
2.1. Fase 1: Energieanalyse en haalbaarheidsonderzoek (doorlooptijd: circa 2-4 weken)
Dit is de startfase, waarbij we uw huidige energieverbruik en -productie analyseren. Het is de basis voor elke weloverwogen beslissing. De betrokken partij is UltiPower, vaak in samenwerking met uw energiemanager of installatieverantwoordelijke.
- Benodigde documenten: Kwartiermetingen van minimaal een jaar (afname en teruglevering), jaarverbruikscijfers in kWh, piekvermogens in kW, aansluitwaardegegevens (LDN en ODN), bouwtekeningen van de beoogde locatie, foto's van de opstelplaats.
- Wat gebeurt er in deze fase? We analyseren uw energieprofiel om te bepalen waar pieken optreden, hoeveel eigen opwek u niet benut en wat de potentie is voor bijvoorbeeld peakshaving of energiemanagement. We berekenen een eerste inschatting van de benodigde batterijcapaciteit (kWh) en -vermogen (kW).
- Wat kan er misgaan en wat kost dat? Een onvolledige of onjuiste energieanalyse kan leiden tot een verkeerde dimensionering van het systeem. Een te kleine batterij levert onvoldoende besparing op, terwijl een te grote batterij onnodig duur is en de terugverdientijd verlengt. Dit kan resulteren in een jaarlijkse misgelopen besparing van enkele duizenden euro's en een langere terugverdientijd dan de verwachte 5-8 jaar.
- Waar kan het vastlopen? Gebrek aan gedetailleerde kwartierdata. Zonder deze data is een nauwkeurige businesscase en dimensionering onmogelijk, wat het hele project on hold zet. Het alternatief is een inschatting maken op basis van minder nauwkeurige maand- of jaarcijfers, maar dit verhoogt het risico op een suboptimale investering aanzienlijk.
2.2. Fase 2: Conceptueel ontwerp en risicoanalyse (doorlooptijd: circa 4-6 weken)
Na de haalbaarheidsstudie volgt de vertaling naar een concreet conceptueel ontwerp, inclusief de verplichte risicoanalyse volgens PGS 37-2. De betrokken partijen zijn UltiPower, een externe veiligheidsadviseur en eventueel de brandweer voor een vooroverleg.
- Benodigde documenten: Gedetailleerd energieprofiel (uit fase 1), voorlopige datasheets van de geselecteerde batterijtechnologie, situatietekeningen van de locatie met afstanden tot gebouwen, erfgrenzen en brandbare materialen.
- Wat gebeurt er in deze fase? De batterij wordt conceptueel gedimensioneerd (bijvoorbeeld 250 kW / 522 kWh). Er wordt een risicoanalyse uitgevoerd die de basis vormt voor de benodigde brandveiligheidsmaatregelen. Dit omvat afstandsvereisten, brandcompartimentering, ventilatie en het type detectie- en blussysteem. We leggen vast aan welke productnormen de componenten moeten voldoen, zoals IEC 62619 voor de batterijcellen en systemen, en IEC 62109 voor omvormers, inclusief de benodigde CE-markering.
- Wat kan er misgaan en wat kost dat? Een onvoldoende gedetailleerde risicoanalyse kan leiden tot afkeuring door het bevoegd gezag of de verzekeraar in een latere fase. Dit betekent dan herbouw, aanpassing van het ontwerp of zelfs het volledig stilleggen van het project. Extra kosten voor bouwkundige aanpassingen (brandmuren, sprinklerinstallaties) kunnen variëren van €10.000 tot €50.000 of meer, afhankelijk van de complexiteit. Een vertraging van enkele maanden kan bovendien leiden tot gemiste besparingen van €1.000 tot €5.000 per maand.
- Waar kan het vastlopen? Fundamentele onenigheid over de interpretatie van PGS 37-2 of de haalbaarheid van de maatregelen met het bevoegd gezag of de verzekeraar. Alternatief is om de batterij volledig buiten te plaatsen, met voldoende afstand. Dit kan echter extra grondwerk en bekabeling met zich meebrengen, waardoor de investering stijgt.
3. Brandveiligheid en verzekerbaarheid: de eisen in uw ontwerp
De PGS 37-2 stelt hoge eisen aan de brandveiligheid, en deze eisen zijn direct van invloed op de verzekerbaarheid en acceptatie van uw systeem. Wij nemen deze aspecten al in de ontwerpfase mee, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Concreet betekent dit dat wij bij het ontwerp van uw batterijopslagsysteem altijd rekening houden met onder andere:
- De locatiekeuze: Wij adviseren over de meest geschikte opstelplaats, of dit nu buiten is met voldoende afstand tot uw bedrijfsgebouwen (minimaal 10 meter zonder specifieke brandwerendheid) of binnen in een apart brandcompartiment met een WBDBO van minimaal 60 minuten.
- Brandwerende scheidingen: Indien binnen geplaatst, integreren we in het ontwerp materialen die voldoen aan de gestelde brandwerendheidseisen. Dit kan een brandmuur zijn die is opgetrokken uit brandwerende materialen.
- Detectie- en blussystemen: Afhankelijk van de omvang en locatie van het systeem, adviseren wij over de implementatie van gas- en rookdetectie, en eventueel automatische blussystemen zoals watermist of sprinklerinstallaties. Dit is vooral relevant bij inpandige opslag boven circa 100 kWh.
- Ventilatie en rookbeheersing: Een effectief ventilatiesysteem dat bij een incident gevaarlijke gassen afvoert en de rookontwikkeling beheerst, wordt ontworpen. Luchtinlaten van gebouwen mogen niet naast de batterijopstelling zitten, tenzij deze worden uitgeschakeld bij detectie van gevaar.
- Toegankelijkheid en onderhoud: Het systeem wordt ontworpen met het oog op veilige toegang voor onderhoud en noodsituaties, inclusief een afsluitbare werkschakelaar voor het spanningsloos maken volgens NEN 3140.
Door deze aspecten proactief mee te nemen, zorgen we ervoor dat uw installatie voldoet aan de richtlijnen en tevens acceptabel is voor uw verzekeraar. Dit voorkomt kostbare aanpassingen achteraf en garandeert een veilige werkomgeving.
Vraag een businesscase aan om de kosten en baten van een PGS 37-2 conform systeem voor uw situatie te verkennen.
4. Wat kost een PGS 37-2 conforme batterijopslag? Een kostenoverzicht 2026
De totale investering in een batterijopslagsysteem bestaat uit diverse componenten, waarbij de naleving van de PGS 37-2 een aanzienlijk deel van de kosten kan vormen. De prijzen variëren sterk afhankelijk van de capaciteit, de gekozen technologie en de complexiteit van de installatie. Hieronder een indicatieve kostenopbouw voor 2026.
| Kostenpost | Omschrijving | Kostenbandbreedte (indicatief 2026) |
|---|---|---|
| Hardware (batterijen en omvormer) | LiFePO4 batterijmodules en hybride omvormer(s) | €250 - €550 per kWh (voor grotere systemen lager) |
| Energie Management Systeem (EMS) | Hardware en software voor slimme sturing, monitoring | €5.000 - €25.000 |
| Installatiekosten | Montage, bekabeling, inbedrijfstelling | 15% - 25% van hardwarekosten |
| Netaansluiting / meterkast aanpassingen | Verzwaring, aanpassing hoofdaansluiting, eventueel nieuwe meter | €2.000 - €15.000 (afhankelijk van complexiteit) |
| PGS 37-2 compliance (extra) | Risicoanalyse, bouwkundige aanpassingen (brandmuur, compartiment), branddetectie, blusvoorziening, ventilatie | €10.000 - €75.000 (sterk afhankelijk van situatie) |
| Vergunningen en engineering | Omgevingsvergunning, tekenwerk, advies veiligheidsexpert | €3.000 - €10.000 |
| Onderhoud en verzekering (jaarlijks) | Periodiek onderhoud, verzekeringspremie | 1% - 3% van totale investering |
De terugverdientijd van een dergelijk systeem ligt, mede afhankelijk van de mate van PGS 37-2 compliance, tussen de 3 en 8 jaar in een gunstig scenario, waarbij de investering per kWh opslag een bandbreedte kent van circa €250 tot €550 inclusief omvormer, EMS en installatie. Grotere systemen bevinden zich doorgaans aan de onderkant van deze bandbreedte.
5. Wat zijn de uitdagingen bij de aanvraagprocedure en doorlooptijden?
Het proces van aanvraag en implementatie kan aanzienlijk vertragen als niet vanaf het begin de juiste stappen worden gezet. De doorlooptijden zijn een kritieke factor, vooral in de context van de netcongestie in onder andere Salland en de IJsselstreek. Netbeheerder Enexis, die actief is in dit gebied, heeft te maken met volle stroomnetten, wat de doorlooptijden voor nieuwe aansluitingen of aanpassingen kan verlengen. Een bedrijfsmatig energiesysteem valt onder de Omgevingswet en vereist vaak een omgevingsvergunning.
5.1. Fase 3: Vergunning en netaansluiting (doorlooptijd: circa 8-20 weken)
In deze fase wordt de formele aanvraag ingediend bij de gemeente en de netbeheerder. De betrokken partijen zijn de gemeente (Omgevingsdienst), de netbeheerder (bijvoorbeeld Enexis in Salland en de IJsselstreek) en UltiPower als ondersteunende partij voor de documentatie.
- Benodigde documenten: Gedetailleerde bouwtekeningen, elektrotechnische schema's, veiligheidsrapport (conform PGS 37-2), brandweerrapportage, omgevingsvergunningaanvraagformulier, aanmeldformulier voor nieuwe opwek/opslag bij energieleveren.nl.
- Wat gebeurt er in deze fase? De gemeente beoordeelt de aanvraag op basis van het bestemmingsplan en de vereiste veiligheidsvoorschriften (inclusief PGS 37-2). De netbeheerder beoordeelt de technische haalbaarheid en de beschikbare capaciteit op het net.
- Wat kan er misgaan en wat kost dat? Onvolledige documentatie kan leiden tot een stopzetting van de vergunningsprocedure of een verlenging van de doorlooptijd met enkele maanden. Bij netcongestie kan de netbeheerder bovendien lange doorlooptijden hanteren voor de aansluiting, wat de start van uw besparing uitstelt. Een vertraging van 6 maanden kan leiden tot een misgelopen besparing van €6.000 tot €30.000, afhankelijk van de omvang van het systeem.
- Waar kan het vastlopen? Onvoldoende capaciteit op het stroomnet. De netbeheerder kan een langere doorlooptijd opleggen of zelfs tijdelijk geen nieuwe aansluitingen accepteren. In dit geval kan een alternatief zijn om de batterij te gebruiken voor netonafhankelijke toepassingen zoals noodstroom of off-grid oplossingen voor specifieke processen, hoewel dit de economische businesscase vaak verandert.
5.2. Fase 4: Realisatie en inspectie (doorlooptijd: circa 6-12 weken)
De daadwerkelijke bouw en installatie van het systeem, gevolgd door diverse inspecties. Betrokken partijen zijn UltiPower (installatie en projectmanagement), geaccrediteerde inspectie-instanties (bijvoorbeeld voor NEN 1010 en SCIOS Scope 12/15) en de brandweer.
- Benodigde documenten: Goedgekeurde vergunningen, as-built tekeningen, installatieschema's, opleveringsrapporten, documentatie van gebruikte componenten (datasheets, certificaten).
- Wat gebeurt er in deze fase? Het systeem wordt geïnstalleerd conform het ontwerp en de geldende normen. Een essentiële inspectie is die van NEN 1010, die eisen stelt aan elektrische installaties, inclusief de vaste aansluiting van de batterij. Daarnaast wordt verwacht dat de SCIOS Scope 15 (een inspectieregeling specifiek voor energieopslag) in de nabije toekomst verplicht wordt. Het is verstandig om nu al Scope 15-ready te bouwen en te documenteren.
- Wat kan er misgaan en wat kost dat? Afkeuring tijdens de inspectie vanwege afwijkingen van het ontwerp of de normen kan leiden tot herstelwerkzaamheden en nieuwe inspecties, met kosten van €2.000 tot €10.000 en een vertraging van enkele weken.
- Waar kan het vastlopen? Het niet verkrijgen van een goedgekeurde opleverinspectie, wat ingebruikname verhindert. Het alternatief is om het systeem pas na volledige goedkeuring in bedrijf te stellen, wat de projectduur en dus de terugverdientijd verlengt.
6. Scenario's en terugverdientijden: 2027 en dynamische tarieven
Met het stoppen van de salderingsregeling per 1 januari 2027 en de toenemende schommelingen in dynamische energietarieven, wordt batterijopslag voor bedrijven steeds aantrekkelijker. Een goed gedimensioneerd systeem kan aanzienlijk bijdragen aan het verlagen van uw energiekosten en het verminderen van netgerelateerde uitdagingen.
6.1. Rekenvoorbeeld 1: Akkerbouwbedrijf in Raalte met veel PV
Stel, een akkerbouwbedrijf in Raalte met een grote dakopstelling van 200 kWp zonnepanelen heeft een huidige aansluiting van 173 kW (Levering Door Netbeheerder) en 173 kW (Opname Door Netbeheerder). Het bedrijf verbruikt jaarlijks 100 MWh en levert 140 MWh terug. Met een batterij van 125 kW / 261 kWh (circa 2 uur ontlaadduur) kunnen we de volgende resultaten realiseren:
- Initiële zelfconsumptie: 26,4%
- Zelfvoorziening: 43,0%
- Na installatie batterij:
- Zelfconsumptie stijgt naar 50,5% (+24,1 procentpunten)
- Zelfvoorziening stijgt naar 82,3% (+39,3 procentpunten)
- Netafname daalt van 66,0 MWh naar 24,9 MWh (-62%)
- Teruglevering daalt van 138,9 MWh naar 93,4 MWh (-33%)
- Investering: circa €64.000 (exclusief specifieke PGS 37-2 compliance kosten die variëren per locatie)
- Jaarlijkse baten: circa €19.300 (door minder inkoop op dure momenten en hogere benutting eigen opwek)
- Terugverdientijd: circa 3,4 jaar
Les uit dit scenario: Bij bedrijven met veel PV en een relatief laag eigen verbruik kan een batterij de zelfconsumptie significant verhogen en de netafname fors reduceren. De teruglevering blijft nog wel aanwezig, wat aangeeft dat verdere uitbreiding van opslag op den duur afnemende meeropbrengst geeft.
6.2. Rekenvoorbeeld 2: Logistiek bedrijf in Deventer met laadinfrastructuur
Een logistiek bedrijf in Deventer, met een aansluiting van 350 kW (LDN) en 0 kW (ODN) vanwege netcongestie, heeft een dakopstelling van 468 kWp zon en een jaarlijks verbruik van 1.000 MWh inclusief laadpalen. Het bedrijf levert momenteel 14,2 MWh per jaar terug. Met een batterij van 500 kW / 1.044 kWh (ook hier circa 2 uur ontlaadduur) en focus op peakshaving en eigen verbruik, zien we:
- Initiële zelfconsumptie: 95,0%
- Zelfvoorziening: 30,0%
- Na installatie batterij:
- Zelfconsumptie stijgt naar 98,3% (+3,3 procentpunten)
- Zelfvoorziening stijgt naar 31,0% (+1,0 procentpunt)
- Netafname daalt van 951 MWh naar 929 MWh (-2,3%)
- Teruglevering daalt van 14,2 MWh naar 0 MWh (-100%)
- Investering: circa €279.000 (exclusief specifieke PGS 37-2 compliance kosten)
- Jaarlijkse baten: circa €89.400 (vooral door peakshaving en voorkomen van netkosten en optimale benutting van zonnestroom bij beperkte teruglevermogelijkheden)
- Terugverdientijd: circa 3,2 jaar
Les uit dit scenario: Hoewel de procentuele stijging van zelfconsumptie en zelfvoorziening minder spectaculair lijkt, is de absolute besparing zeer hoog. Een batterij kan hier cruciaal zijn om de hoge inkoop van stroom voor de laadinfrastructuur te verminderen en overschrijdingskosten op de 350 kW aansluiting te voorkomen. De batterijopslag is hier specifiek ingezet om maximale benutting van eigen opwek te garanderen op een locatie waar teruglevering niet mogelijk of wenselijk is en tevens om de pieken van het laadplein op te vangen. De focus ligt op het voorkomen van kosten, niet primair op het maximaliseren van zelfvoorziening. Een goede EMS-sturing is hierbij essentieel.
7. Wanneer is een batterijopslag NIET de oplossing voor uw bedrijf?
Hoewel batterijopslag in veel gevallen een uitstekende investering is, zijn er situaties waarin het minder rendabel of zelfs onverstandig is om te investeren in een omvangrijk systeem. Een batterij is niet de oplossing:
- Als uw zelfconsumptie al boven de 90% ligt zonder aanzienlijke inkoopvoordelen op de dynamische markt. De meerwaarde van de batterij voor verdere optimalisatie is dan beperkt, tenzij er andere doelen zijn zoals noodstroom of peakshaving.
- Bij een te kleine aansluitwaarde in verhouding tot het batterijvermogen, waardoor de batterij niet optimaal kan laden of ontladen. Dit kan leiden tot een lange terugverdientijd, zoals in een geanonimiseerde case van een melkveebedrijf in Gelderland met een 55 kW aansluiting en een 125 kW batterij, waar de terugverdientijd opliep naar 7 jaar. Een kleinere, beter passende batterij was hier efficiënter geweest.
- Wanneer de prijsspreiding tussen dure en goedkope uren op de dynamische energiemarkt te klein is om voldoende arbitratievoordelen te behalen.
- Als de benodigde PGS 37-2 compliance-maatregelen (zoals uitgebreide bouwkundige aanpassingen, blusinstallaties en verregaande compartimentering) de investeringskosten onevenredig hoog maken ten opzichte van de verwachte besparingen. Dit kan de terugverdientijd aanzienlijk verlengen.
- Indien uw bedrijf geen duidelijke piekbelasting heeft en het energieverbruik zeer stabiel is. De voordelen van peakshaving zijn dan minimaal.
8. Hoe dimensioneren wij een batterijopslag volgens de PGS 37-2 eisen?
Het dimensioneren van een batterijopslagsysteem gaat verder dan alleen de kWh en kW. Het omvat ook het integraal meenemen van de veiligheidseisen, zoals gesteld in de PGS 37-2. Wij hanteren een gestructureerde aanpak om uw systeem optimaal te dimensioneren en tegelijkertijd aan alle relevante normen te voldoen.
8.1. Drempelwaarden en vuistregels voor batterijopslag
Om te bepalen of een batterijopslag zinvol is voor uw bedrijf, hanteren we de volgende drempelwaarden en vuistregels:
- Jaarverbruik: Een jaarverbruik van minimaal 50.000 kWh is vaak een goed startpunt voor een rendabele zakelijke batterij.
- Piekvermogen reductie: Is er sprake van regelmatige piekvermogens boven de 50 kW die u wilt afvlakken? Dan is peakshaving een serieuze overweging.
- Prijsspreiding: Bij dynamische contracten, als de prijsspreiding tussen de duurste en goedkoopste uren regelmatig boven de 10-15 cent/kWh ligt, wordt energiehandel met een batterij interessant.
- Aansluitwaarde: Voor commerciële systemen is een 3x80 Ampère aansluiting (circa 55 kW) of hoger vaak vereist voor een optimale inzet van een batterij.
- PGS 37-2 relevantie: Vanaf 20 kWh stationaire opslag dient u rekening te houden met de richtlijnen van de PGS 37-2.
8.2. De beslisregel voor uw energiesysteem
Om tot de juiste keuze te komen, hanteren we een beslisregel op basis van uw specifieke situatie:
- Kies voor een batterijopslag als:
- Uw jaarverbruik boven de 50.000 kWh ligt én u overschrijdingskosten betaalt op uw netwerkaansluiting (bijvoorbeeld boven 50 kW).
- U aanzienlijke PV-opwek heeft met een lage zelfconsumptie (onder 70%) en veel teruglevering tegen lage tarieven.
- U wilt profiteren van dynamische tarieven en de spreiding tussen dure en goedkope uren is consistent boven 10 cent/kWh.
- Noodstroomvoorziening voor kritieke processen is essentieel en de kosten van een dieselaggregaat zijn hoger dan de baten van een batterij.
- Kies voor procesoptimalisatie of een kleiner systeem als:
- Uw zelfconsumptie al boven de 90% ligt en er geen hoge piekvermogens zijn die u wilt afvlakken.
- De kosten voor PGS 37-2 compliance de terugverdientijd van het systeem onacceptabel lang maken (bijvoorbeeld boven de 8 jaar).
- U enkel incidenteel last heeft van hoge pieken, die met eenvoudige procesaanpassingen (bijvoorbeeld slim schakelen van machines) ook opgelost kunnen worden.
De uiteindelijke beslissing voor een batterijopslagsysteem vraagt om een gedegen businesscase, rekening houdend met zowel economische als veiligheidsaspecten. Wij helpen u graag met het inzichtelijk maken van uw mogelijkheden.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de specifieke eisen van PGS 37-2?
De PGS 37-2 richtlijn stelt specifieke eisen aan de brandveiligheid van stationaire energieopslagsystemen met lithium-ionbatterijen. Deze omvatten onder meer een verplichte risicoanalyse, duidelijke eisen voor brandcompartimentering (bijvoorbeeld 60-120 minuten WBDBO), de installatie van branddetectie- en blussystemen, adequate ventilatie en vastgestelde minimale afstanden tot gebouwen of brandbare materialen. Het naleven van deze voorschriften is essentieel voor de vergunningverlening en de verzekerbaarheid van uw installatie.
Welke bedrijven vallen onder PGS 37-2?
De PGS 37-2 is van toepassing op bedrijven die een stationair energieopslagsysteem met een capaciteit van 20 kWh of meer installeren. Dit betreft een breed scala aan zakelijke en agrarische ondernemingen, zoals akkerbouwbedrijven, food-industrie en transportbedrijven die bijvoorbeeld in de regio Salland of de IJsselstreek gevestigd zijn. Particuliere thuisbatterijen vallen niet onder deze specifieke richtlijn.
Hoe voldoe ik aan PGS 37-2 voor laadpleinen?
Om te voldoen aan PGS 37-2 voor laadpleinen, dient u een risicoanalyse uit te voeren die specifiek ingaat op de combinatie van batterijopslag en laadinfrastructuur. Belangrijk zijn brandwerende scheidingen, adequate branddetectie en blussing, en veilige afstanden tot omliggende gebouwen of parkeerplaatsen. Ook de elektrische installatie moet voldoen aan NEN 1010 en het systeem moet klaar zijn voor toekomstige inspecties conform SCIOS Scope 15. Een gedegen ontwerp en correcte uitvoering zijn cruciaal.
Wat is de terugverdientijd van een PGS 37-2 batterijsysteem?
De terugverdientijd van een PGS 37-2 batterijsysteem varieert sterk, maar ligt in gunstige, goed doorgerekende praktijkcases tussen de 3 en 8 jaar. Factoren die


